betekenisvol leren

betekenisvol leren
de echte werkelijkheid in de school

vrijdag 1 juni 2012

week 36: OGO en structuur

OGO en structuur, twee verschillende begrippen of toch niet?
OGO en structuur, gaat dat wel samen? Als je ontwikkelingsgericht werkt is het dan niet heel onrustig in de school? Kinderen lopen heen en weer, ze werken samen en er wordt dan druk gepraat.
Leren ze dan wel wat?
Die vragen hoor je nog wel eens als je zegt dat we bij ons op school ontwikkelingsgericht werken.
Maar OGO en structuur mogen dan wel 2 verschillende begrippen zijn. Ze passen zeker bij elkaar. Ook met OGO is structuur belangrijk en kan er structuur geboden worden.
Binnen OGO kan er op 2 manieren structuur worden aangebracht.


In de eerste plaats is dat structuur aanbrengen in de organisatie zelf. Dat betekent dat je zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke, taakgerichte sfeer in de klas. Als leerkracht zorg je ervoor dat de kinderen weten waar ze aan toe zijn en weten wat ze moeten doen, hoe en met welk doel ze dat moeten doen.
Hierbij zijn regels en afspraken noodzakelijk.


Het woord 'regel' heeft misschien wel  een normatieve, beperkende en zelfs negatieve klank. Bij 'je aan de regels houden" denk je al snel aan wat allemaal niet mag, waar de grenzen liggen waar je niet overheen mag gaan en welke sancties er volgen bij de overtreding van de regels. Maar dat is niet de bedoeling van onze regels en dat is ook niet de  structuur die we willen.


In onze school willen we met OGO werken aan een positief sociaal emotioneel klimaat. Regels staan dan in dienst van positieve waarden: persoonlijke groei en bloei, het gedijen van de leefgemeenschap, goed zorgen voor je spullen, zorgen voor het welzijn van de ander......


Regels en normen zouden dan gezien moeten worden als steun gevend op een weg die gericht is op positieve waarden.


De brede doelen kunnen een leidraad hierbij zijn.




Op die manier wordt er een positief klimaat van veiligheid geschapen.
De structuur in de organisatie komt dan tot uiting door:
- het werken met dagritme kaarten, waardoor kinderen weten welke activiteit aan bod is. 
- het werken met afspraken mbt. stil en zelfstandig werken, overleggen en samen werken.(stoplicht model)
- het werken met een planbord.


In ons onderwijs gaan we uit van 4x R:
de R van Rust
dat betekent het voldoende krijgen van rust door een gezonde afwisseling van inspanning en ontspannin, maar ook door middel van een rustige, niet overprikkelende maar wel uitdagende en betekenisvolle omgeving. Een omgeving waarin de leerling de opgedane indrukken aankan.
de R van Regelmaat
de voorspelbaarheid door herkenning geeft de leerling een gevoel van veiligheid en vertrouwen inzichzelf en zijn omgeving. (de regelmaat van alle dag, het werken, spelen)
de R van Respect
elke leerling is een uniek wezen en verdient respect (het volgen en begeleiden van de leerling, rekening houdend met zijn mogelijkheden en onmogelijkheden)
de R van Richting
richting geven betekent leiding nemen en grenzen stellen. Het betekent hoge verwachtingen hebben van leerlingen. Het betekent het nemen van verantwoordelijkheid. Jij als leerkracht weet wat je leerling nodig heeft en aankan.

Daarnaast is er ook structuur aanbrengen in de activiteit zelf.
Activiteiten als tekst van de week en expert lezen of andere teksten schrijven hebben een vaste structuur vanuit
de 4-stappenmethodiek:
1. orientatie en gemeenschappelijke basis
2. op verhaal komen
3. tekst schrijven/ lezen
4. tekst presenteren




Ook bij  de opbouw van het thema en het spel is er sprake van een samenhangende structuur door middel van de 5 impulsen:
1. gezamenlijke orientatie
2. structureren en verdiepen van activiteiten
3. verbreden van activiteiten
4. toevoegen van nieuwe handelingsmogelijkheden
5. reflecteren op de activiteit.

Er wordt gebruik gemaakt van een spelscript dat sturing aan het spel kan geven.
Belangrijke vaardigheden voor de leerkracht hierbij zijn:
- de leerlingen tonen wat de bedoelingen van een activiteit zijn.
- leerlingen observeren en aanhoren om hun ideeen en interesses te achterhalen.

Hiervoor heb je ook het gebruik van HOREB tot je beschikking.
Het gebruik van HOREB bij een activiteit zorgt ook voor structuur in de activiteit zelf.
Je plant je activiteiten, overdenkt ze en structureert ze. Door leerlingen persoonlijk te begeleiden kun je de activiteit waar ze aan bezig zijn structureren. Dat gebeurt dan in "kleine kring". Dat betekent: een aantal kinderen worden begeleidt en de rest van de groep werkt zelfstandig aan de opdracht.

Zo is er ook binnen OGO heel goed structuur en duidelijkheid aan te brengen voor de kinderen en voor jezelf.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen