betekenisvol leren

betekenisvol leren
de echte werkelijkheid in de school

zondag 29 januari 2012

week 23: start spel

in de afgelopen week hebben we een start gemaakt met het inrichten
van het tuincentrum.

we weten al heel veel over het tuincentrum. (de activiteit Wat Weet je Al en Wat Wil je Nog Weten)Maar er zijn ook nog wel een aantal vragen. Tijd dus om naast het inrichten van ons eigen tuincentrum, eens te gaan kijken bij een echt tuincentrum en daar onze vragen voor te leggen.( impuls 2, structureren en verdiepen)

Met de hele klas gingen we naar het tuincentrum Westerlaken. Daar werden we ontvangen door aardige werkneemsters die al onze vragen beantwoorden. We mochten overal kijken: in het magazijn, in de koelcel, bij de verschillende werkplekken. Ook lieten ze zien hoe een boeket gemaakt wordt.

Tot slot gingen we in kleine groepjes door het tuincentrum lopen. Ieder groepje ging een afdeling van het tuincentrum nader bekijken. Ze keken wat er op deze afdeling te koop is. Hoe deze afdeling zou heten, hoe je kan zien wat het kost, hoe alles is neergezet. En natuurlijk hebben we ook nog zelf wat spullen voor in ons tuincentrum gekocht. Leuke plantjes die we nu zelf moeten gaan verzorgen. Een kaart, kunnen we zelf nog meer kaarten maken die we ook kunnen verkopen in ons tuincentrum.



Het bezoek aan het tuincentrum was aanleiding om weer van alles te ondernemen in ons eigen tuincentrum. Want onze spullen waren nog niet geprijsd. Dat moest gebeuren. Er waren ook geen afdelingen in ons tuincentrum. Meteen werd er een kleine verbouwing ingezet. Want alle planten moesten bij elkaar en alle bloemen en alle spullen. Zo hebben we nu 3 afdelingen in ons tuincentrum. Er zijn bordjes gemaakt die boven de afdelingen hangen zodat je precies kan zien wat daar te koop is.
(die foto komt nog)
We hebben nog een lijstje gemaakt van dingen die nog nodig zijn voor ons tuincentrum: zo werd de bon genoemd (een bon voor afrekenen en een bestelbon)  en er moet nog een werktafel komen.
Bijna tijd om het tuincentrum te openen........dan kan er gekocht en verkocht worden!

Het spelscript komt dan als volgende stap in beeld. Wat doe en zeg je als je verkoper bent.
Alle activiteiten worden ook verwerkt in tekst van de week en het leidt tot het schrijven van eigen teksten. Sommige teksten hangen we op. Andere teksten komen in onze krant, "het kontakt van de schakel". We zijn dan echte journalisten....



zaterdag 21 januari 2012

week 22: beroepenmarkt als startactiviteit en aanzet tot werken in een tuincentrum

Een beroepenmarkt als orientatie op beroepen.
Ouders komen vertellen over het beroep dat zij hebben.
In verschillende rondes maakten de kinderen kennis met een vijftal beroepen.
Het was geweldig om te zien hoe ouders enthousiast vertelden over hun beroep. Super, gewoon!

Wat in expert lezen ontdekt was konden we hier in de praktijk checken: bij sommige beroepen heb je speciale werkkleding nodig en voor veel beroepen moet je eerst leren.









De fotograaf vertelde over haar werk en we mochten heel voorzichtig met haar fototoestel een foto maken. De loodgieter vertelde en liet zien hoe het water afgevoerd wordt.










De melkboer vertelde over vroeger. Hoe de melk vroeger werd rondgebracht bij de mensen. De vrachtwagenchauffeur vertelde over zijn werk. Ook mochten we even in die grote vrachtwagen zitten. En de analiste vertelde over haar werk in het laboratorium.

Voordat we naar de beroepen markt gingen had ik geinventariseerd wat de kinderen later graag willen worden. Onder de jongens was opvallend veel vrachtwagenchauffeur gekozen. Die vonden het prachtig om bij die grote vrachtwagen te kijken. En veel meisjes hadden dolfijnentrainster gekozen. Maar na afloop van de beroepenmarkt vonden een paar meisjes analiste ook wel erg leuk!


Daarnaast is er deze week ook een brief van het tuincentrum aan onze groep bezorgd.
Of het mogelijk is dat er een afdeling van het tuincentrum bij hen gemaakt kan worden.
We hebben ons vervolgens georienteerd op het werken in een tuincentrum. (het tuincentrum is heel bekend voor de kinderen). We hebben gekeken wat we al weten. Dat werd een hele lijst.
Die kennis hebben we verder uitgebreid door te kijken naar een filmpje over werken in een tuincentrum. Komende week gaan we kijken wat we nog meer willen weten over het tuincentrum. Welke vragen we hebben.
Een bezoek aan het tuincentrum kan ons helpen die vragen te beantwoorden en een eigen tuincentrum op te starten. Een start met de inrichting kan alvast gemaakt worden, want het tuincentrum heeft al heel veel spullen voor ons gebracht....

zondag 15 januari 2012

week 21: vervolg stappenplan nieuw thema en startactiviteiten

In het vorige bericht is de eerste aanzet gegeven voor de voorbereiding van een nieuw thema. De eerste stappen in het stappenplan gaan over de basis, de betekenis en het doel van het thema. In Horeb (het observatie en registratiesysteem van ontwikkelingsgericht onderwijs) kun je deze stappen ook zetten, in het activiteitenboek. Wat zijn de betekenissen voor kinderen, welke bedoelingen heb je met het thema. Onze bedoelingen, doelen (stap 5 van het stappenplan) zijn voor dit thema:  
             -  nieuwsgierigheid opwekken (de basis van waaruit we willen werken)
             -  wereld verkennen               (door verschillende beroepen te bekijken tijdens startactivteiten  en dmv het maken van een beroepenboekje)
            -   communiceren en taal           (door anderen te vertellen over beroepen, tijdens kringgesprekken)
             -  geschreven en gedrukte taal  (teksten schrijven, informatie schrijven over beroepen, tekst van de week en expert lezen)
              woorden en begrippen           (woorden die bij het thema passen gebruiken, er wordt ook een woorden lijst gemaakt waarin we woorden en begrippen opschrijven die we willen gaan gebruiken.)
De volgende stappen van het stappenplan betreffen vooral de praktische invulling van het thema.

stap 6: materiaal
Voor het thema gaan we op zoek naar boeken, filmpjes, illustraties e.d
Boeken van de Kijkdoos serie zijn goed te gebruiken. Ook in de bibliotheek zijn veel boeken over allerlei beroepen voorhanden. Veel boeken zijn nodig om informatie te verkrijgen voor het beroep wat de kinderen nader willen gaan bekijken.
stap 7: de werkvormen en activiteiten
Het gaat er hierbij om dat je nadenkt over de activiteiten waarmee je het thema wil opstarten. Welke activiteiten je in de klas verder gaat doen en hoe je wil gaan werken naar een einddoel, een eindactiviteit. Vanuit Horeb zijn dat de startactiviteiten en de kernactiviteiten.
stap 8: inpassen andere onderwijsaspecten
hoe ga je taal, rekenen, muziek, handvaardigheid ed inpassen in je thema. dat is de activiteitenplanning en het webmodel uit Horeb.

stap 9: het regelen van praktische zaken
bestellingen, afspraken maken

stap 10: start van het thema
de laatste 2 stappen betreffen de afsluiting van het thema en de evaluatie.

stap 10: De eerste week van het thema:
Nu alle voorbereidende werkzaamheden zijn verricht kunnen we starten met het thema.
We beginnen met een aantal startactiviteiten.
Met de startactiviteiten gaan we ons breed orienteren op verschillende beroepen:

1 startactiviteit met voorwerpen: de juf neemt een aantal voorwerpen mee en in een kringgesprek gaan we over de voorwerpen praten, wat is het, welk beroep hoort erbij.  Juf Agnes had ook de kroon van de koningin meegenomen. Dat was reuze interessant. De kinderen waren zeer geinteresseerd in die kroon en de tekst van de week kunnen we daar nu over schrijven. Stel je voor als jij koning bent.....
's Middags kwamen kinderen ook meteen zelf met spullen van een beroep.




2 startactiviteit met filmpje over verschillende beroepen. Met elkaar wordt er een woordweb gemaakt van beroepen die je kent.
3 expert lezen over beroepen: wat is belangrijk bij een beroep. Door hierover een tekst te lezen leerden we dat je geld verdient met een beroep, dat er soms speciale kleding nodig is, dat je bij beroepen gereedschap nodig hebt. Ook hiervan maakten we een woordweb. Een aantal begrippen uit de woorden lijst komen hier meteen aan de orde: geld verdienen, salaris, gereedschap.
een cooperatieve werkvorm hebben we gebruikt door kinderen een kaartje met de naam van een beroep te geven en andere kinderen een kaartje waarop staat wat iemand doet. De opdracht was: lees wat er op je kaartje staat en zoek degene op die bij jouw beroep of werk past.




4 de beroepenmarkt, waar ouders komen vertellen over hun beroep. (staat gepland voor komende week)

Een aantal kernactiviteiten konden we al opstarten.

Zo zijn de hoeken veranderd in bedrijven of beroepen. De verfhoek is de schilder (daar worden  schilderijen gemaakt) . De computerhoek is het kantoor.(daar wordt getypt) De schrijfhoek is de uitgeverij (daar worden door de schrijvers boeken gemaakt.), het timmerbedrijf (daar wordt getimmerd.) en bij de knex werken de uitvinders. De activiteiten worden in de loop van de komende weken nog verder uitgebreid. Op de beroepenkaart kunnen ze bij gaan houden bij welk beroep ze al geweest zijn.

donderdag 22 december 2011

week 20: stappenplan voorbereiding nieuw thema "later word ik..."

Voorbereidingen voor een nieuw thema.
het is belangrijk dat het thema aansluit bij de belevingswereld van het kind. Het thema moet de kinderen iets zeggen. Ze moeten zich aangesproken voelen, zich betrokken voelen en het interessant vinden.
Een thema moet ook bijdragen aan de ontwikkeling van het kind. Zowel de brede ontwikkeling als het verwerven van specifieke kennis en vaardigheden.
In het eerste thema hadden we een dierentuin waar de kinderen een rondleiding hebben gegeven.
in het tweede thema hadden we een pannenkoeken restaurant waar de kinderen leerden bedienen.
We merken in de thema's die we tot nu toe gehad hebben dat kinderen veel willen leren en vooral ook actief bezig willen zijn.  Het thema "beroepen" werd geopperd. Dat is een breed thema. Belangrijk is het dan om het thema in te kaderen zodat we er goed mee aan de slag kunnen. Ook voor onszelf om het thema goed te kunnen voorbereiden. Want de leerkracht beslist uiteindelijk over de inhoud, activiteiten en de bedoeling.
Om het thema een pakkende naam te geven hebben we gekozen voor "later word ik....."
In een vergadering gaan we brainstormen over dit thema.
Hiervoor maken we gebruik van het stappenplan voor het ontwerpen van een nieuw thema.
stap 1: bepalen van het hoofdthema.
door gesprekken met de leerkrachten van de verschillende groepen hebben we als team een definitieve keuze gemaakt voor het thema beroepen.

stap 2: verzamelen van gegevens voor een thema.
dat betekent brainstromen met de leerkrachten over activiteiten die passen in de bestaansterreinen.

stap 3: bepalen van de subthema's
dit gebeurt door de gegevens te rubriceren.
Als we met deze brainstorm sessie bezig zijn merken we dat beroepen heel breed is. Je kan heel veel kanten op. Er zijn tenslotte ook heel veel verschillende beroepen.
Willen we verder met dit thema dan moeten we het thema gaan inkaderen.
Anders blijven in de voorbereiding de volgende stappen vaag.
Dat betekent voor ons dat we 1 beroep(sgroep) nader willen uitwerken voor de thema hoek. Brandweer, politie en dokter zijn bekende en aansprekende beroepen. Maar die zijn al een keer behandeld in voorgaande jaren. Toch willen we graag een beroep waar veel mogelijkheden voor activiteiten liggen. Uiteindelijk komen we op het inrichten van een tuincentrum. Een winkel hebben we dit jaar nog niet gehad en in het tuincentrum kunnen ook veel verschillende activiteiten ontplooid worden. Daarnaast willen we ook met elke leerling een beroepenboekje maken waarin ze 1 beroep verder gaan uitwerken. De serieboeken van Kasper gebruiken we hiervoor als uitgangspunt.

stap 4: bepalen van de sleutelbegrippen.
Deze sleutelbegrippen worden per subthema geformuleerd. De begrippen moeten passen in de leefwereld van de kinderen en actueel zijn.

stap 5: formuleren van doelstellingen.
cognitieve doelen, affectieve doelen (sociaal, pedagogisch) en/of motorische doelen

De eerste stappen tot het opstarten zijn gezet. De stappen 4 en 5 moeten nog een vervolg krijgen. Evenals de stappen die daarna nog komen. Aan ouders is alvast gevraagd om mee te doen met een beroepen markt als startactiviteit. In de vakantie moet er nog heel wat besproken en gepland worden om dit thema meer gestalte te geven. Hierover later meer.

woensdag 21 december 2011

week 18 en 19: afronding van het thema

Het einddoel waar we naar toe gewerkt hebben is het ontvangen van de ouders in ons restaurant en ze netjes te bedienen. Belangrijk is hierbij dat de kinderen een rekening konden schrijven en uitrekenen wat de bestelling kost. Ook keken we of de kinderen uitdrukkingen en zinnen gebruikten die hoorden bij de rol van ober. Het was best spannend hoor om je eigen vader en/of moeder te bedienen.









           "is alles naar wens?"                                                            " hier is de rekening"





                                                          wilt u nog in het gastenboek schrijven?


In het gastenboek zijn enthousiaste reacties geschreven.
Kinderen ervaren het bezoek van de ouders ook echt als een doel waar naar toe gewerkt is.
Voor mezelf komt nu de eind evaluatie om de hoek kijken. Deze evaluatie schrijven we in Horeb.
De doelen die ik voor mezelf gesteld heb zijn die bereikt? welke activiteiten vonden de kinderen leuk.
en wat neem ik mee naar het volgende thema.
Als doel had ik voor mezelf gesteld: woordenschat uitbreiden door middel van thema woorden. samen werken en samenspelen. In de thema hoek ook schrijf/reken activiteit verwerken.
Deze doelen zijn behaald. De verteltafel waarbij ook boekentaal wordt gebruikt is niet goed uit de verf gekomen. Dat is jammer. In het volgende thema wil ik dat toch weer proberen op te zetten.
De kinderen vonden de thema hoek "het restaurant" erg leuk. Ook zelf kruidnootjes bakken was leuk. Onderzoek doen (vragen wat de kinderen leuk vinden en daar een staafdiagram van maken) vonden de kinderen erg leuk. Ook werken op de computer wordt vaak gekozen. In tekst van de week hebben de kinderen heel veel geschreven. Eigen ervaringen nodigen erg uit tot schrijven.

zaterdag 10 december 2011

week 17: rekenactiviteiten bij het thema "we gaan (uit) eten

Bij het planning en uitvoeren van activiteiten richten wij ons helemaal op het taal/lezen. Eén van de doelen was om het schrijven ook binnen het spel te gebruiken. Dat is gelukt door het schrijven van de rekening. Veel moeilijker vind ik het om ook rekenactiviteiten te plannen. Het uitrekenen hoeveel de gast moet betalen in het restaurant is een rekenactiviteit die  een logisch gevolg is van het schrijven van de bon. Kinderen leren in het spel omgaan met geld. Er wordt geteld en gerekend. Een rekenrek staat er bij kassa om de som die gemaakt moet worden eventueel op uit te rekenen.












Bij andere rekenactiviteiten gaat het tot nu toe vooral om het toepassen van handelingen die in de rekenmethode aan bod zijn gekomen. Zoals het maken van een plattegrond of een staafgrafiek.
Door de taartenfabriek te openen besteed ik meer aandacht aan de constructie hoek en kan ik de rekenactiviteit "plattegrond maken"  toevoegen. Van 20 blokken wordt er een prachtige taart gemaakt.
De taarten worden gefotografeerd en worden in de taartenfabriek opgehangen met de plattegrond erbij.
Andere kinderen kunnen deze taarten dan ook weer namaken.










Wat de kinderen ook heel leuk vonden was een klein onderzoekje doen. Door aan alle kinderen te vragen wat ze het lekkerst vinden, een pannenkoek met stroop of een pannenkoek met suiker, konden ze een overzicht maken wat het meest gekozen is. Dat wordt in een staafgrafiek dan weer gegeven.
Zo hebben we verschillende dingen "onderzocht".
Op deze manier zijn er wel een aantal rekenactiviteiten aan bod gekomen. Maar het is nog niet echt structureel. Voor mijzelf stel ik ook de vraag hoever ik hier in wil gaan. We zijn ook heel druk bezig met tekst van de week en expert lezen. Soms moet je ook keuzes maken. Je wil wel van alles maar het kan niet altijd. Je hebt soms gewoon tijd te kort.

Deze week zijn we ook van start gegaan met het ontvangen van ouders in ons restaurant. Er zijn veel reserveringen gemaakt.
De kinderen doen geweldig hun best om hun vader of moeder heel netjes te bedienen.
Volgende week hier meer over.

zaterdag 3 december 2011

week 16 expert lezen over recepten in groep 3

Een uitdaging waar ik niet omheen kon want als je het thema we gaan (uit) eten hebt, dan heb je het natuurlijk ook over recepten.
Dus voor deze week had ik een expert lezen rondom recepten gepland. Ik heb veel nagedacht hoe ik dat nu zou uitvoeren. Tot nu toe lazen we (door ons ) zelfgeschreven teksten waaruit ze de sleutelwoorden moesten halen. Om op deze manier de kern van het verhaal te verwoorden. Maar hoe doe je dat bij een recept. Daar staat alles al kort en krachtig in verwoord.  de recepten mogen ook niet te moeilijk zijn. Het leukst is natuurlijk een recept lezen en het dan ook maken. Maar is het te doen om met een hele klas dat uit te voeren? Hoe ga ik dat dan aanpakken? En welk recept kies ik. Allemaal vragen waar ik over liep te denken.
Tot ik toevallig  in de winkel het boek ~de verschrikkelijke ijstaart~ van Daphne Deckers zag. Daarin staan allerlei gedichtjes en eenvoudige kinderrecepten. Een paar recepten uit dit boek zou ik goed kunnen gebruiken. Omdat de begrippen voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht al een keer aan de orde waren gekomen vond ik het leuk om hierbij de recepten te kiezen. Een aantal kinderen gaan een voorgerecht maken, een aantal een hoofdgerecht en een aantal een nagerecht. De recepten schreef ik zo eenvoudig mogelijk uit met een fotootje erbij. De recepten uit  het boek zijn bijna letterlijk over te nemen.


Bij de verdere voorbereiding van deze les maakte ik gebruik van de 4 stappen methodiek.
- orientatie en gemeenschappelijke basis leggen
- inzoomen op de illustratie en tekst
-tekst lezen (sleutelwoorden onderstrepen)
-reflectie, evaluatie, presentatie en waardering
Om met de kinderen een gemeenschappelijke basis te leggen stond het woord recept op de beamer. Ik vroeg of de kinderen wisten wat dat was. De kinderen konden ook aan elkaar vertellen of ze wel eens iets zelf gemaakt hadden. Daarna toonde ik een filmpje waarin de kok een nagerecht ging maken. Dit filmpje bespraken we naderhand en de woorden voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht kwamen naar voren. Ik legde de woordkaarten in de kring op de grond. Toen gingen we zelf kijken naar een recept. In tweetallen gingen de kinderen eerst naar de illustratie kijken en in het vakje ernaast konden ze opschrijven wat ze zagen. (inzoomen op de illustratie) Daarna gingen de kinderen in tweetallen het eerste gedeelte van de tekst lezen, wat heb je nodig. Voordat de kinderen zelf het recept zouden gaan maken moet er eerst boodschappen gedaan worden, legde ik uit. Dan heb je een boodschappenbriefje nodig. Dat werd gemaakt aan de hand van de tekst onder het kopje dit heb je nodig. (inzoomen op de tekst) Op de grond voor in de klas lagen alle ingredienten voor alle recepten. Daar moest gepakt worden wat ieder nodig had. Met een stift onderstreepten de kinderen de boodschappen en schreven die op het boodschappenlijstje ernaast. (tekst lezen en sleutelwoorden onderstrepen )Daarna kwamen we terug in de kring om de boodschappen te halen.


Zo legden we voor de 3 gerechten de boodschappen bij elkaar.  De kinderen konden op hun lijstje kijken wat ze nodig hadden. Daarna zouden we aan de slag gaan om het recept te maken. Eerst gingen we terug naar onze tafels om te gaan lezen wat je moest doen. In tweetallen werd het gedeelte 'zo maak je het' gelezen. Daarna werden de ingredienten gepakt en gingen ze de tekst weer zin voor zin lezen wat ze precies moesten doen. ( tekst lezen)Ik vond het echt reuze spannend of dat allemaal zou gaan lukken. Mijn verwachtingen waren hoog, omdat ik er vanuit ging dat ze het recept zo konden lezen dat ze het ook konden uitvoeren. Maar zou dat ook zo zijn? Gelukkig kwam juf Josette helpen. De kinderen waren enthousiast aan het werk gegaan. Het lukte niet om 1 groepje heel specifiek te begeleiden. Want ik wilde graag zien of het bij iedereen goed lukte. Heel leuk om te zien hoe verschillend er te werk wordt gegaan. Er zijn kinderen die alles heel secuur lezen en precies doen. Er zijn er ook die meteen van alles willen pakken en snijden. 


Alle gerechten werden na afloop in de kring gezet bij het goede woord. Heb je een voorgerecht gemaakt dan zet je je bord bij het woord voorgerecht. Het resultaat hebben we met de hele klas bekeken. Er waren prachtige gerechten om te zien. We hebben ook besproken wat heel belangrijk is bij het lezen van een recept. Ontdekt werd dus dat "je héél goed moet lezen want anders doe je dingen fout." Netjes werken was ook belangrijk, want je gerecht moet er ook mooi uitzien. (reflectie, evaluatie, presentatie en waardering) En als allerlaatste werd er natuurlijk gegeten. Bij elk groepje kwamen de 3 gerechten op tafel. In de goede volgorde is er toen geproefd.
Ik heb er van te voren slecht van geslapen of dit allemaal wel zou lukken, maar mijn hoge verwachtingen zijn wel uitgekomen. Ook in groep 3 als ze nog maar zo kort leesonderwijs hebben gekregen zijn ze al in staat om een recept uit te voeren. Heel knap!









naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie van vorige week ben ik deze week ook begonnen met een rekenactiviteit toe te voegen. Maar daarover volgende week meer.
En de verteltafel ga ik niet meer verder uitwerken. Het spreekt te weinig aan. Komende week hebben we het ook druk met het ontvangen van onze vader of moeder in ons restaurant. Het einddoel waar we naar toe gewerkt hebben.